Turkije's buitenlandbeleid en zijn retoriek in de afgelopen jaren, vermoedelijk voor een verdere ondersteuning daarvan, richt zich nu minder op het bereiken van doelstellingen in het buitenlands beleid en meer op de consolidatie van de steun van de kiezers voor de regering in Ankara.

Zelfverheffend gedrag heeft overwegend het beleid gevormd, en het functioneerde om de Turkse passie voor een terugkeer naar hun glorierijke Osmaanse verleden te behagen.

Vastbesloten en confronterende diplomatieke taal en het spelen van de stoere vent in de wijk, kan hebben bijgedragen tot de volkssteun voor President Recep Tayyip Erdogan en zijn Rechtvaardigheid en Ontwikkeling Partij (AKP), maar na jaren van "luid blaffen en niet bijten" is Turkije effectief het slachtoffer geworden van het eigen verhaal.

In 2010 bevroor Turkije de diplomatieke betrekkingen met Israël en beloofde "de Joodse staat internationaal te isoleren" en nooit de banden meer te herstellen, tenzij samen met twee andere voorwaarden Jeruzalem zijn marineblokkade op Gaza zou verwijderen. Die is ter voorkoming dat wapens zouden worden binnengebracht en worden gebruikt voor het aanvallen van Israël. De toenmalige Turkse premier, Ahmet Davutoglu, zei dat Israël zou "neerknielen voor ons".

In 2016, na enkele rondes van diplomatieke contacten, zijn Turkije en Israël overeengekomen om hun betrekkingen te normaliseren. De blokkade van Gaza ter voorkoming van de overbrenging van wapens die worden gebruikt door de inwoners van Gaza bij terreuraanvallen, bleef van kracht.

In 2012 beweerde Davutoglu dat de dagen dat de Syrische President Bashar al-Assad aan de macht was, zouden zijn geteld; "geen jaren meer, maar weken of maanden". In 2016 moest Davutoglu aftreden als premier, maar Erdogans ergste regionale ergernis, Assad, is nog aan de macht tot op deze dag en geniet van een verhoogde Russische en Iraanse steun. In 2012 zei Erdogan dat "we binnenkort naar Damascus zouden gaan om te bidden in de Omajjaden moskee" - namelijk als het politieke symbool van Assads ondergang en de vervanging door Pro-Turkije soennitische groepen. Dat gebed moet nog steeds worden uitgevoerd.

In november 2015, kort nadat Turkije een Russische Su-24 militaire jet neerhaalde bij een schending van het luchtruim, waarschuwde Erdogan Rusland om "niet met vuur te spelen". Wat betreft de Russische eisen voor een verontschuldiging, zei Erdogan dat Turkije zelf een verontschuldiging verdiende omdat hun luchtruim was geschonden en dat Turkije geen excuses zou aanbieden aan Rusland.

In juni 2016, net een halfjaar nadat Rusland een groot aantal economische sancties oplegde aan Turkije, heeft Erdogan zich verontschuldigd tegenover de Russische President Vladimir Putin.

In juli 2016 verontschuldigde Erdogan zich voor het neerhalen van het Russische vliegtuig en ging in augustus naar Rusland om handen te schudden ten behoeve van een normalisatie. Foto: Russische President Vladimir Putin met Turkije's toenmalige premier Erdogan, in Istanbul bijeen op 3 december 2012. (Afbeeldingsbron: kremlin.ru)

Erdogan en zijn regering hebben ontelbare keren de Verenigde Staten gewaarschuwd niet de kant van de Syrische Koerden te kiezen - die Turkije als een terroristische groep beschouwt - bij hun gemeenschappelijke strijd tegen de radicale jihadisten van ISIL's Islamitische Staat. In maart 2017 ontkende Washington dat de Syrische Koerden een terroristische groep was en beloofde blijvende steun aan hen.

Erdogan van Turkije heeft meer dan genoeg laten zien dat zijn blaffen erger is dan zijn bijten. Toch blijft hij blaffen. Deze keer is de vijand waartegen wordt geblaft, maar niet gebeten, Europa. Dit is de eerste keer dat Erdogan openlijk een gecoördineerd Europees standpunt uitdaagt.

In een recente rel tussen de verschillende Europese hoofdsteden en Ankara over Erdogans ambities om politieke bijeenkomsten te houden in heel Europa, en miljoenen Turkse emigranten toe te spreken, zei de Turkse president dat hij zou negeren dat hij niet welkom was in Duitsland, en er toch heen zou gaan om zijn Turkse fans toe te spreken.

In reactie daarop deporteerde de Nederlandse regering een van Erdogans ministers die ongevraagd naar Nederland was gegaan om de Turkse gemeenschap toe te spreken.

Duitsland lanceerde daarop twee onderzoeken naar een vermeende Turks spionage op Duits grondgebied.

Ook Zwitserland opende een strafrechtelijk onderzoek naar de beschuldigingen dat Erdogans regering uitgeweken Turken had bespied.

In Kopenhagen heeft de Deense regering de Turkse ambassadeur op het matje geroepen over de claim dat Deens-Turkse burgers aan de kaak werden gesteld vanwege kritische visies ten aanzien van Erdogan.

Het blaffen bleef aanhouden. In Turkije, zo waarschuwde Erdogan, zouden de Europeanen niet veilig in de straten kunnen lopen als de Europese naties hun, wat hij noemde "arrogante gedrag" bleven vertonen. Dat commentaar noodzaakte de EU om de Turkse ambassadeur in Brussel op te roepen om Erdogans dreigende taal uit te leggen.

Verder oostwaarts, in het rijke Europese blok, hebben verscheidene honderden Bulgaren de drie belangrijkste controleposten aan de Bulgaars-Turkse grens geblokkeerd om te voorkomen dat Turken met Bulgaarse paspoorten, die leefden in Turkije, gingen stemmen in de Bulgaarse verkiezingen. De demonstranten beweerden dat de Turkse ambtenaren de uitgeweken kiezers dwongen om een pro-Ankara-partij te ondersteunen.

Ondertussen zei Griekenland, op de zuidoostelijke flank van de EU, dat de strijdkrachten klaar waren om te reageren op een Turkse bedreiging ten aanzien van de soevereine en territoriale integriteit van het land.

Wat is er gebeurd met Erdogan, dat hij zijn belofte om te "bijten", dat hij naar Duitsland zou gaan om te spreken met de Turkse gemeenschap, ondanks de herhaalde Duitse waarschuwingen dat hij niet welkom zou zijn? "Ik ga niet naar Duitsland," zei hij op 23 maart.

Erdogan kan de harten en geesten in Turkije winnen met zijn neo-Ottomaanse Turkije-"geblaf". Maar te weinig buitenlandse hoofdsteden nemen zijn bedreigingen ernstig, te weinig politici denken dat hij overtuigend is, en teveel mensen zijn geneigd om te geloven dat Turkije's blaffen erger is dan zijn bijten.

De recente golf van Europese beperkingen tegen Erdogan toont dat aan, voor de eerste keer in de afgelopen jaren, dat Europa Erdogans bluffen en bedreigingen niet lijkt te vrezen van.

Op dit moment is het Erdogans prioriteit om het referendum op 16 april te winnen, waarmee hij hoopt de grondwet te kunnen veranderen, zodat hij een Sultan-voor-het-leven kan zijn. Het oppakken van strijd met de "ongelovige" Europeanen kan hem helpen om meer steun te krijgen van de conservatieve en nationalistische Turken.

Wanneer de stemming is gedaan, zal hij echter worden geconfronteerd met de realiteit dat een alliantie niet voor altijd zal functioneren met één partij die voortdurend de ander chanteert.

Burak Bekdil is één van de toonaangevende journalisten in Turkije; hij was na 29 jaar ontslagen bij de Turkse toonaangevende krant vanwege het schrijven voor Gatestone over wat er gaande was in Turkije. Hij is een medewerker aan het Midden-Oosten-Forum.

Related Topics:  Turkije
Recent Articles by
ontvang het nieuwste per e-mail: abonneer gratis op de gatestone institute mailing lijst.

nl