De door Iran gesteunde terroristische groepering Hamas heeft plotseling haar retorische aanvallen op de Vredesraad van de Amerikaanse president Donald J. Trump opgevoerd. Zij beschuldigen het orgaan ervan het Israëlische standpunt te bevorderen, geen druk uit te oefenen op Israël en zich te mengen in Palestijnse aangelegenheden.
Er is nog iets anders dat de aandacht verdient: de timing.
Slechts enkele dagen voordat de terroristische groepering haar nieuwste campagne tegen de Vredesraad lanceerde, reisde een hooggeplaatste Hamas-delegatie naar Teheran en had daar ontmoetingen met hoge Iraanse functionarissen, waaronder minister van Buitenlandse Zaken Abbas Araghchi en parlementsvoorzitter Mohammed Bagher Ghalibaf.
Is dit toeval? Misschien wel. De timing roept echter een belangrijke vraag op die de regering-Trump en de Vredesraad niet mogen negeren: moedigt Iran Hamas aan om zich te verzetten tegen of de uitvoering van het Amerikaanse vredesplan voor Gaza te vertragen, met name de eis dat Hamas zijn wapens inlevert en de controle over de Gazastrook opgeeft?
Uit de eigen verklaringen van Hamas blijkt dat de terroristische groepering zich steeds ongemakkelijker voelt bij de koers van het vredesproces van Trump.
De Hamas-delegatie die een bezoek bracht aan Teheran stond onder leiding van Bassem Naim, hoofd van het Bureau voor Arabische en Islamitische Betrekkingen van Hamas, en bestond onder meer uit vooraanstaande Hamas-figuren Osama Hamdan, Mahmoud Mardawi en Khaled al-Qaddoumi.
Volgens Hamas heeft de delegatie gesprekken gevoerd met de Iraanse functionarissen over de laatste ontwikkelingen in Gaza, de Westelijke Jordaanoever en Jeruzalem, evenals over de besprekingen van Hamas met bemiddelaars en vertegenwoordigers van de Vredesraad betreffende de uitvoering van de tweede fase van het vredesplan van Trump.
Hamas beweerde dat het zich blijft inzetten voor het plan en de recente routekaart van de Vredesraad.
Kort na de bijeenkomst in Teheran voerde Hamas zijn retorische aanvallen op de Vredesraad op.
Het bezoek van Hamas aan Iran verdient aandacht. Het Iraanse regime ondersteunt Hamas al decennia lang politiek, financieel en militair. Hamas heeft Iran tijdens het recente bezoek van de delegatie aan Teheran zelf publiekelijk bedankt voor zijn steun en het belang van voortdurend overleg en coördinatie benadrukt.
De Hamas-delegatie reisde naar Teheran, besprak de routekaart van de Vredesraad en keerde vervolgens terug om de instantie die verantwoordelijk is voor de uitvoering ervan publiekelijk aan te vallen.
Dit zou de regering-Trump en de Vredesraad op zijn minst moeten aanzetten tot de volgende vragen: Wat is er in Teheran besproken? Heeft het Iraanse regime Hamas aangemoedigd om voet bij stuk te houden wat betreft ontwapening? Hebben beide partijen manieren besproken om de militaire capaciteiten van Hamas in stand te houden? Heeft Iran getracht de positie van Hamas uit te buiten als onderdeel van zijn bredere confrontatie met de Verenigde Staten?
Er zijn genoeg aanwijzingen in de eigen verklaringen van Hamas om deze vragen te stellen. Het gevaar is dat de internationale gemeenschap de bereidheid van Hamas om te onderhandelen opnieuw verwart met de bereidheid om zijn wapens in te leveren.
Dat zijn twee heel verschillende zaken.
Hamas heeft, net als Iran, al eerder toezeggingen gedaan. Hamas heeft, net als Iran, ook herhaaldelijk laten zien dat het onderhandelingen beschouwt als een middel om naleving uit te stellen, zijn macht te behouden en zijn strategische doelstellingen te bevorderen.
Het laatste geschil brak uit nadat de Board of Peace op X een artikel had gedeeld van de Palestijns-Amerikaanse schrijver Ahmed Fouad Alkhatib uit de New York Times. Alkhatib, een vooraanstaande Palestijnse politiek analist uit de Gazastrook die in de Verenigde Staten woont, betoogde dat Gaza een fundamenteel andere toekomst nodig heeft – een toekomst gebaseerd op zelfbestuur, welvaart en deradicalisering in plaats van voortdurend conflict.
Alkhatib schreef dat de Gazastrook "de trots van het Palestijnse volk" zou moeten worden en een toonbeeld van effectief Palestijns zelfbestuur. Hij riep ook op tot grondige deradicalisering in scholen, moskeeën, de media en het publieke debat.
Hamas stond niet open voor deze ideeën. In plaats daarvan beschuldigde Hamas-woordvoerder Hazem Qassem de Vredesraad ervan materiaal te publiceren met "onjuiste informatie" en "bevooroordeelde meningen" die oneerlijk waren tegenover de Palestijnen en hun "verzet".
Qassem eiste dat de Vredesraad een "evenwichtig en objectief discours" zou voeren en zou afzien van het publiceren van materiaal dat, volgens Hamas, het narratief van de "zionistische bezetting" overneemt.
Bassem Naim, een andere hoge Hamas-functionaris, was nog explicieter. Hij beschuldigde de Vredesraad ervan een "media-activist" te zijn geworden en te publiceren wat hij omschreef als "destructieve onzin".
Deze reactie van Hamas is veelzeggend.
De terroristische groepering heeft niet louter bezwaar tegen specifiek beleid. Ze lijkt bezwaar te hebben tegen het idee zelf dat Palestijnen – met name degenen die in de Gazastrook wonen – zouden kunnen gaan praten over een toekomst zonder de heerschappij van Hamas, zonder gewapend "verzet" en zonder de ideologie die de Gazastrook decennia van oorlog en verwoesting heeft gebracht.
Het herpubliceren van Alkhatibs artikel door de Vredesraad raakte blijkbaar een gevoelige snaar, aangezien het artikel de fundamenten van het politieke en ideologische verhaal van Hamas rechtstreeks ter discussie stelde.
Alkhatib betoogde dat Gaza geen toekomst kan hebben zolang Hamas aan de macht blijft, riep op om Hamas uit het bestuur te weren, verwierp de verheerlijking van "verzet" en stelde dat Gaza deradicalisering nodig heeft in zijn scholen, moskeeën, media en het publieke debat.
Alkhatib leverde niet louter kritiek op Hamas; hij pleitte voor een Gaza zonder Hamas-heerschappij, zonder haar wapens en zonder de ideologie die haar macht in stand heeft gehouden.
De reactie van Hamas toont ook aan dat de terroristische groepering niet is veranderd. Hamas wil de internationale gemeenschap doen geloven dat zij bereid is deel te nemen aan een nieuw politiek proces. Tegelijkertijd blijft zij echter haar wapens, haar ideologie en haar claim dat zij de Palestijnse nationale aspiraties vertegenwoordigt, verdedigen.
Deze tegenstrijdigheid kan niet worden genegeerd.
De centrale vraag is daarom of Hamas daadwerkelijk bereid is te doen wat van haar wordt gevraagd: ontwapenen en de controle over de Gazastrook afstaan.
Jarenlang is Hamas erin geslaagd elke discussie over haar wapens om te buigen naar discussies over Israël. Deze tactiek komt opnieuw duidelijk naar voren in haar recentste verklaringen. In plaats van de vraag over ontwapening te beantwoorden, beschuldigt Hamas Israël ervan het staakt-het-vuren te schenden. In plaats van uit te leggen wanneer en hoe het zijn wapens zal inleveren, spreekt Hamas over de "rechten" van het Palestijnse volk. In plaats van te bespreken waarom de Gazastrook is veranderd in een lanceerplatform voor aanvallen op Israël, eist Hamas dat de Vredesraad zich op Israël richt.
Juist deze reactie is het probleem. Hamas wil profiteren van de voordelen van het nieuwe politieke kader zonder de belangrijkste verplichtingen ervan te aanvaarden. Hamas wil wederopbouw, internationale erkenning, politieke invloed en een rol bij het bepalen van de toekomst van Gaza. Toch lijkt het niet bereid de fundamentele voorwaarde voor een vreedzame toekomst te aanvaarden: dat de Gazastrook niet onder controle van een gewapende terroristische organisatie kan blijven.
De vraag die Trump en de Vredesraad zich nu zouden moeten stellen, is eenvoudig: wanneer zal Hamas zijn wapens inleveren? Als Hamas weigert, waarom blijft de Vredesraad dan met de organisatie onderhandelen alsof ontwapening slechts een van de vele punten op een diplomatieke agenda is?
Er mag geen dubbelzinnigheid bestaan. Een terroristische organisatie mag niet worden toegestaan haar wapens te behouden terwijl zij tegelijkertijd beweert een vredesproces te steunen. Hamas mag ook niet – zoals bij Iran is gebeurd – de onderhandelingen gebruiken om tijd te winnen, haar macht te consolideren en haar militaire infrastructuur in stand te houden.
De aanvallen van Hamas op de Vredesraad mogen niet worden gezien als een gewoon diplomatiek meningsverschil. Ze zijn een waarschuwing dat Hamas niet van plan is om stilletjes uit het politieke of militaire landschap van Gaza te verdwijnen. De terroristische groepering geeft aan dat zij zich zal verzetten tegen elke poging om haar te ontwapenen, uit de macht te zetten of haar ideologie van "verzet" te vervangen door een programma van wederopbouw en deradicalisering.
Door de Vredesraad aan te vallen, valt Hamas ook de leden ervan aan, waaronder Qatar, Turkije en Pakistan, landen die blijkbaar nog steeds nauwe banden met Hamas onderhouden. Waarom zwijgen die landen? Als Qatar, Turkije en Pakistan het nieuwe kader voor Gaza oprecht steunen, zouden ze Hamas moeten vertellen dat het tijd is om te stoppen met het verzinnen van excuses en zijn toezeggingen na te komen.
Het bloedbad van 7 oktober 2023 in Israël had elke illusie moeten wegnemen dat Hamas als gewapende politieke macht in de Gazastrook mag blijven bestaan. Toch debatteert de internationale gemeenschap vandaag, bijna drie jaar na 7 oktober, nog steeds over de vraag hoe Hamas kan worden overgehaald om de wapens neer te leggen.
Het antwoord is dat Hamas voor een duidelijke keuze moet worden gesteld: zijn wapens inleveren en de controle over Gaza afstaan, of de gevolgen onder ogen zien van een weigering.
De Vredesraad mag geen platform zijn waarop Hamas immuniteit eist voor zijn commandanten, inclusief degenen die betrokken waren bij het bloedbad van 7 oktober. De Vredesraad mag geen instelling zijn waarvan de enige verantwoordelijkheid erin bestaat te voorkomen dat Israël terroristen achtervolgt die zijn burgers blijven bedreigen. Hamas lijkt te geloven dat de Vredesraad bestaat om Israël in toom te houden en tegelijkertijd de terroristische groepering te beschermen.
Als de recente aanvallen van Hamas een indicatie zijn, is de terroristische groepering al op zoek naar manieren om zich te onttrekken aan de toezeggingen die zij zogenaamd heeft aanvaard.
Het lijkt erop dat Hamas het vredesplan en de routekaart van de Vredesraad niet wil loslaten. In plaats daarvan wil Hamas deze herdefiniëren – van een proces om Hamas te ontwapenen naar een proces om Hamas te beschermen.
Khaled Abu Toameh is een bekroond journalist, gevestigd in Jeruzalem.
Vertaling door W.J. Jongman en H. Sleijster
© 2022 Gatestone Institute. Alle rechten voorbehouden. De artikelen hier afgedrukt geven niet noodzakelijkerwijs de standpunten weer van de vertalers of van Gatestone Institute.
